Experts als multiplicators
Deze mensen raakten al vroeg geïnspireerd door Vincents kunst en droegen flink bij aan de verspreiding ervan.
Paul Cassirer
(1871–1926)
omstreeks 1905
De Duitse kunsthandelaar en uitgever Paul Cassirer (1871–1926) organiseerde naast talrijke vaste tentoonstellingen ook reizende expo’s naar Wenen, Dresden en Hamburg. Tot aan de Eerste Wereldoorlog waren er ongeveer 120 Van Gogh-schilderijen in Duitsland. 80 daarvan kwamen er alleen al via de kunsthandel van Paul Cassirer.
Julius Meier-Graefe
(1867–1935)
Edvard Munch (1863–1944), rond 1894
Olieverf op doek, 100 x 75 cm
Nationaal Museum Oslo, Noorwegen
De invloedrijke kunsthistoricus en schrijver Julius Meier-Graefe (1867–1935) zag al vroeg het belang van Van Goghs werk in. In 1900 schreef hij voor het eerst over Van Gogh in het tijdschrift ‘Die Insel’. In zijn boek ‘Ontwikkelingsgeschiedenis van de moderne kunst’ wijdde hij al een heel hoofdstuk aan hem, voordat hij in 1910 met ‘Vincent van Gogh’ het eerste eigen boek over de schilder publiceerde – een werk dat tot op de dag van vandaag wordt uitgegeven.
Helene Kröller-Müller
(1869–1939)
Kort daarna volgde haar verloving met de rijke bouwondernemer Anton Kröller.
Helene Kröller-Müller werd diep geraakt door Van Goghs kunst. Haar vermogen maakte haar tot een gepassioneerde verzamelaar. In 1908 kocht ze voor 110 gulden haar eerste Van Gogh-schilderij ‘Bosrand’.
Er zouden nog 88 schilderijen en 172 tekeningen volgen. In 1938 stichtte ze samen met haar man Anton het Kröller-Müller Museum in Otterlo, Nederland, om Vincents kunst voor iedereen toegankelijk te maken.
Erkenning tijdens zijn leven
Op 17 augustus 1889 verscheen een recensie in het tijdschrift ‘De Portefeuille: Kunst- en Letterbode’:
“Wie brengt ons in vormen en kleuren het grootse, krachtige leven over, waarvan deze negentiende eeuw zich opnieuw bewust wordt? […] Eén ken ik, een eenzame pionier, hij staat alleen vechtend in diepe nacht, zijn naam, Vincent, is voor het nageslacht bestemd. Over deze opmerkelijke held – een Nederlander – zal later nog meer te zeggen zijn.“
De auteur van deze eerste vermelding van Van Gogh in de kunstpers, J.J. Isaacson (1859–1942), was ook schilder en Nederlander.
Tijdschrift Mercure de France
(Uitgave: 29 januari 1890, artikel ‘De geïsoleerden’, pagina 24–29)In dit eerste meerdere pagina’s tellende artikel uitte de Franse kunstcriticus Albert Aurier (1865–1892) zijn bewondering voor Van Goghs onconventionele, gepassioneerde en levendige artistieke creaties.
Aurier was van mening dat Van Goghs ware essentie nooit volledig begrepen kon worden, omdat zijn kunst “te eenvoudig en tegelijkertijd te subtiel was voor de hedendaagse burgerlijke geest”.
“Hoe zouden we de zaaier kunnen verklaren zonder het idee […] van een Messias, een ‘zaaier van de waarheid’, die de decadentie van onze kunst zou regenereren […]?“
Albert Aurier in ‘Mercure de France’, januari 1890
dat zich uitsluitend richt op Van Gogh en zijn kunst.
Korte creatieve periode, grote erfenis
Met slechts tien jaar was Van Goghs creatieve periode uitzonderlijk kort – ter vergelijking: Claude Monet schilderde ongeveer 60 jaar, Pablo Picasso zelfs 83. Toch waren er tijdgenoten die de krachtige expressie van de Nederlandse autodidact herkenden (zie ‘Erkenning tijdens zijn leven’).
De buitengewone Jo van Gogh-Bonger
‘Jo’ maakte de artistieke nalatenschap van haar zwager tot haar levenswerk: “Naast de opvoeding van het kind liet hij [Theo] mij nog een andere taak na: Vincents werk – het te tonen, het zo vaak mogelijk te laten bewonderen”, schreef ze begin 1891 in haar dagboek.
Op 1 mei 1891 opende Johanna pension ‘Villa Helma’ in Bussum bij Amsterdam, dat ze decoreerde met Van Goghs schilderijen. In een brief aan Émile Bernard schreef ze: “Wees echter gerust: De schilderijen zullen niet in een schuur of een schemerige achterkamer belanden. Ik zal juist het hele huis ermee versieren.“
Met tentoonstellingen, zorgvuldig geplande verkopen, publicaties en veel persoonlijke contacten lukte het Johanna in de volgende jaren om het werk van haar zwager bekend te maken bij galeriehouders, verzamelaars en museumdirecteuren. Haar hele leven verkocht Johanna de werken van Van Gogh met beleid en bewaarde ze veel schilderijen om het artistieke erfgoed van haar zwager te beschermen.
De deal met de stichting
Johanna’s zoon Vincent Willem van Gogh zette het levenswerk van zijn moeder voort. Net als zijn moeder leende hij steeds weer schilderijen van zijn oom uit aan musea. In 1960 richtte hij een stichting op om het erfgoed te beheren. Deze bouwde in 1973 het Van Gogh Museum in Amsterdam. Het herbergt tot op de dag van vandaag ’s werelds grootste collectie van zijn werken.
De tentoonstellingen
Johanna van Gogh-Bonger leende steeds weer schilderijen en tekeningen uit aan tentoonstellingen in heel Europa en vooral naar Duitsland.

Parijs, 1901
Een eerste hoogtepunt was een tentoonstelling in 1901 in Parijs, die voor het eerst meer dan 70 schilderijen van Van Gogh liet zien. Tot de bruikleengevers behoorden toen al Auguste Rodin, Camille Pissarro en andere belangrijke schilders. De expositie inspireerde veel bezoekers, ook uit Duitsland. De eerste stemmen gingen op die Van Gogh beschouwden als ‘het jongste hoogtepunt van de Franse schildertraditie’.
Amsterdam, 1905
De economische doorbraak kwam in 1905. Johanna zelf organiseerde een grote Van Gogh-retrospectief in Amsterdam met meer dan 450 (!) tentoonstellingsstukken. Na deze tentoonstelling stegen de prijzen voor Van Gogh-schilderijen aanzienlijk.

Keulen, 1912
Bij de Sonderbund-tentoonstelling in 1912 in Keulen stond de ‘omstreden moderne schilderkunst’ zoals impressionisme en postimpressionisme centraal. In 29 zalen moest met 634 schilderijen de ‘moderne kunst doorbreken’. De zalen één tot en met vijf waren uitsluitend gereserveerd voor werken van Van Gogh – 107 in totaal.
Daarna werd Duitsland een centrum voor de kunst van Van Gogh.

Berlijn, 1914
Als voorbeeld van de grote inzet van de kunsthandelaar Paul Cassirer (1871-1926) wordt hier de tiende Van Gogh-tentoonstelling in Berlijn genoemd, die door hem werd georganiseerd. In het voorwoord van de catalogus bedankt hij uitdrukkelijk mevrouw ‘J. van Gogh-Bonger’, maar ook de al talrijke privéverzamelaars voor hun bruiklenen.
röntgen-kraslaag
Vincent van Gogh gebruikte doeken dubbel om geld te besparen. Er waren tijden dat hij wekenlang alleen schetsen maakte omdat hij zich geen olieverf kon veroorloven. Daarom worden veel schilderijen met röntgenstralen onderzocht op zoek naar verborgen kleurlagen.
Olieverf op doek, 48 x 36 cm
National Gallery Edinburgh, Groot-Brittannië
Toen de experts van de National Gallery in Schotland in 2022 Van Gogh’s schilderij ‘Hoofd van een boerin’ onderzochten, vonden ze onder het karton op de achterkant een tot dan toe onbekend zelfportret van de schilder. Je kunt het portret op de monitor vrijwrijven met je vinger.