Brieven

Een leven in brieven

Vincent van Gogh heeft naast z’n schilderijen ook honderden brieven achtergelaten. Van de meer dan 2.000 brieven die hij geschreven zou hebben, zijn er 903 bewaard gebleven. Meer dan 600 daarvan stuurde hij naar z’n broer Theo, z’n beste vriend en grootste supporter. Vincent van Goghs brieven geven een uniek kijkje in z’n leven, z’n gedachten, de tijd waarin hij leefde, en z’n kunst.

De brieven bevatten meer dan 240 schetsen, meestal van latere schilderijen. Vincent noemde ze zelf ‘krabbels’. In z’n brieven, vooral aan Theo, schreef hij over het werk van andere artiesten zoals Millet, Delacroix en Rembrandt, die hem inspireerden. Om als kunstenaar in Frankrijk erkend te worden, schreef hij vanaf 1886 al z’n brieven alleen nog maar in het Frans, de belangrijkste internationale taal.

Rechts zie je een typische brief van Vincent aan z’n broer. Hij is gedateerd 29 september 1888. Vincent zat in Arles en was laaiend enthousiast over het licht en de warmte daar, terwijl z’n broer Theo, met een ziek been, in Parijs zat.

De brieven laten Vincent van Gogh zien als een gevoelig, nadenkend mens, gedreven door het verlangen om de wereld met kunst te verklaren, en die tegelijkertijd via de kunst een connectie met de wereld zocht.

Vincent stuurde z’n broer, die nog steeds als kunsthandelaar in Parijs woonde, naast de vele brieven ook z’n schilderijen, die Theo probeerde te verkopen. Koeriers brachten de opgerolde doeken of in dozen naar Parijs. In het begin waren de schilderijen een morele, later een waardevolle tegenprestatie voor Theo’s maandelijkse ondersteuning van Vincent.

1 | Een typisch begin

Vincent bedankte in het begin vaak voor de steun van z’n broer.

“Lieve Theo,
bedankt voor je brief en het briefje van 50 frank erin. Het ziet er niet rooskleurig uit als de pijn in je been terug is – goeie genade –, het zou toch mogelijk moeten zijn dat jij ook in het zuiden woont, want ik denk steeds dat we zon en mooi weer en blauwe lucht als beste medicijn nodig hebben.“

2 | Het verlangen naar vrienden

Vincent keek uit naar z’n kunstenaarskolonie in het zuiden.

“Hoe erg ik aan jou en aan Gauguin en aan Bernard denk, elk moment en overal. Het is zo mooi hier en ik wou zo graag dat jullie allemaal hier waren.“

3 | Discussie over kunst

Hier beschreef Vincent in detail z’n schilderij ‘Sterrennacht boven de Rhône’ en voegde er een schets bij.

4 | Er volgde nog een beschrijving met schets van het schilderij ‘Het gele huis’.

5 | Werk en religie

Vincent leek ook in het schilderen te vluchten. Het thema religie heeft hem nooit losgelaten en was waarschijnlijk ook de motivatie voor het schilderij ‘Sterrennacht boven de Rhône’.

“En het doet me goed om iets moeilijks te doen. Dat verandert niks aan het feit dat ik een verschrikkelijke behoefte heb aan, zal ik het woord zeggen? – aan religie – dus ga ik ’s nachts naar buiten om de sterren te schilderen, en droom ik steeds van zo’n schilderij met een groep levende figuren, de vrienden.“

6 | Vertrouwen op je eigen smaak

Schilderen volgens je eigen overtuiging of voor de verkoop? Een vraag waar elke schilder mee worstelt. Van Goghs antwoord hierop laat zien hoe serieus hij het schilderen nam.

“Meer en meer geloof ik dat we moeten geloven dat de echte en juiste schilderijenhandel eruit bestaat dat je je eigen smaak vertrouwt, de kennis die je bij de meesters hebt opgedaan, kortom, je eigen geloof. Het is niet makkelijker, daar ben ik van overtuigd, om een goed schilderij te maken, dan om een diamant of een parel te vinden, het kost moeite, en je riskeert er je leven mee, als handelaar en als kunstenaar.“

7 | Schilderijenruil

Hier heeft Van Gogh het over z’n vriend Paul-Eugène Milliet – een luitenant die hij bewonderde om z’n amoureuze avonturen (daarom heet z’n portret nu ‘De minnaar’).

“Milliet groet je hartelijk, ik heb nu z’n portret met de rode pet op een smaragdgroene achtergrond, en in die achtergrond de tekens van z’n regiment, de maansikkel en een ster met 5 punten.“

“Hierbij de kleine schets van een vierkant doek nr. 30 – eindelijk de sterrenhemel, ’s nachts geschilderd, bij gaslicht. De lucht is blauwgroen, het water is koningsblauw, de velden zijn lichtpaars. De stad is blauw en paars. Het gaslicht is geel, en de reflecties ervan zijn roodgoud en lopen af tot bronsgroen. Op het blauwgroene veld van de hemel heeft de Grote Beer een groene en roze glans, waarvan de subtiele bleekheid contrasteert met het ruwe goud van het gaslicht. Twee gekleurde figuren van geliefden op de voorgrond.“

Ook de schets van een vierkant doek nr. 30, dat het huis en de omgeving laat zien onder een zwavelgele zon, onder een hemel van puur kobalt. Dit is echt een lastig onderwerp! Maar juist daarom wil ik het overwinnen. Want het is verschrikkelijk, die gele huizen onder de zon, en dan de onvergelijkbare frisheid van het blauw.

De hele grond is ook geel. Ik zal je nog een tekening sturen die beter is dan deze schets uit m’n hoofd; het huis links is roze, met groene luiken; dat in de schaduw van de boom is het restaurant waar ik elke dag avondeten haal. Mijn vriend, de postmeester, woont aan het eind van de straat links, tussen de twee spoorwegbruggen.“